Nederlands Forum over Oude Radios
Onafhankelijk medium voor liefhebbers en verzamelaars van oude radios en gerelateerde zaken


 

 

 

Condensatoren / Diversen

 


Die zijn verschrikkelijk goed. Als je geen schade kunt waarnemen aan de buitenkant, is de kans 99,9999% dat ze nog OK zijn. Het enige vervelende wat heel heel soms voorkomt is dat n van de draden binnen in de C losraakt tijdens het solderen. Als ze er nog origineel in zitten zal ook die kans nihil zijn

Ben Dijkman


 
  • Is er gereedschap is om deze bijstelcondensatoren af te regelen.

Er is inderdaad speciaal gereedschap voor.

Je klemt een vork om de buitenste huls en met een schroefmechanisme kun je vervolgens e.e.a. op en neer bewegen.

Ben Dijkman

 



koppelcondensator voor de AVR

(foto: Piet Blaas)

Dit is een condensator. Door het blanke draadje af te knippen kan de capaciteit (definitief) worden "ingesteld". Philips had ook dergelijke "trimmers", deze zien er overigens wat professioneler uit door het gebruik van een keramisch buisje i.p.v. het gesoleerde draadje. Waarden tot hooguit enkele tientallen pF.

Ze werden ook wel eens gebruikt als koppelcondensator voor de AVR. Er werd dan een aantal slagen om de MF leiding gelegd, en dan naar de detectordiode gelegd. De condensator hoeft maar heel klein te zijn, vandaar dat een aantal slagen reeds voldoende is. Trimmen hoeft ook niet.

John Hupse, Otto Tuil, Paul Liekens


(foto: Roland Huisman)

Deze Engelse condensatoren zijn niet echt slecht, maar ik heb er toch een aantal van moeten vervangen. In mijn t.v. zitten ook Hunts papiercondensatoren met een vrij dikke zachte waslaag op het papier, die zijn wel slecht. Ik zie op de foto nog een paar Duitse condensatoren zitten, de donkerbruine Wima helemaal rechts is ronduit slecht, de Ero papier rechts van de trafo ook. De goudgele Ero in het midden is een polyester type, die is wel goed.

John Hupse


(foto: Jan Kootstra)

Het is een beetje dof blikachtig. Er zit geen verf op, deze Philips codensatordoos is van zgn. vertind plaatstaal gemaakt. Je zou het beste het geheel kunnen ontroesten en daarna weer vertinnen. De condensatoren kun je ook beter gelijk vervangen door nieuwe. Ze liggen op de tafels bij de NVHR ruilbeurs in Doorn. Daarna heb je weer het oorspronkelijke uiterlijk terug. Wel wat werk hoor, maar het is en blijft toch hobby.

Kees Koren, Rob Kroon 


Er zijn wel degelijk condensatoren die geschikt zijn voor speciale doeleinden. Zo zijn polystyreen condensatoren van het KS type
weinig frequentie afhankelijk, stabiel en hebben ze een lage, negatieve, temperatuur cofficint en een zeer lage verliesfactor. Naast KS heb je ook nog MKY polystyreen condensatoren, maar die hebben weer een hogere verliesfactor. Polypropeen condensatoren van hetKP type zijn beter bestand tegen vocht en hogere temperaturen en zijn goedkoper. De verliesfactor is wel iets hoger. Dan heb je nog polypropeen MKP condensatoren. Maar die hebben weer een beduidend hogere verliesfactor, een lage ESR (soms niet van belang als je er weer 100K mee in serie zet). Als je hecht aan lage temperatuur cofficint en lage verliesfactor moet je weg blijven van MKT/MKH/MKS condensatoren.

Er zij verschillende soorten condensatoren. Er zijn bipolaire en niet gepolariseerde aluminium of tantaalelco's op de markt. Alleen zijn deze vaak groter en duurder dan de gewone gepolariseerde condensatoren. Daarom zul je ze niet erg vaak tegenkomen in schakelingen. Er zijn ook kleine elektrolytische condensatoren met drie(!) aansluitdraden op de markt. De middelste draad is de positieve aansluiting en de beide andere zijn de negatieve aansluiting. Deze configuratie biedt niet alleen een geringere zelfinductie, maar ook de mogelijkheid om ze op twee manieren op de print te monteren, waarbij beide manieren goed zijn. Je kunt ze dus niet meer verkeerd monteren. 

Tantaalcondensatoren hebben veel eigenschappen gemeen met aluminium elektrolytische condensatoren. Ze zijn alleen duurder, maar het bedrag dat je er extra voor neer legt krijg je een geringe lekstroom en een iets wat lagere serieweerstand.
Opgerolde en gelaagde foliecondensatoren worden voor talloze doeleinden gebruikt, varirend van kleine koppelcondensatoren tot dikke vermogens filtercondensatoren. De bestanddelen van zo'n condensator bestaat voornamelijk uit de diverse dialectica.
Polystyreen, polipropyleen en teflon condensatoren hebben een goede TC, ongeveer 120 ppm/C. Polystyreen en polipropyleen condensatoren bieden een lage lage lekstroom en een goede dielectrische absorptie. Alleen de teflon condensator staat daarbij aan de top. Het is belangrijk te weten dat bij polystyreen condensatoren de maximale temperatuur 85C bedraagt. Het is dus erg goed opletten bij het solderen van die type condensatoren dat je ze niet oververhit.

De foliecondensator bestaat uit afwisselende laagjes kunststoffilm en metaalfilm, beide zijn slechts een paar honderdste van een millimeter dik. Dit zorgt voor een goede condensator met een normale afmeting en een normale prijs. De gemetalliseerde foliecondensator bestaat slechts uit een uiterst dunne polyester film of folie waarop een zeer dun laagje metaal is aangebracht. Dit zorgt voor een nog kleinere afmeting. Het metaallaagje is alleen zo dun dat de stroomvoercapaciteit veel kleiner is dan die van de metaalfolie in een foliecondensator. Dit heeft voor en nadelen. Wanneer een piepklein gaatje in de kunststof folie van de gemetalliseerde polyestercondensator voor sluiting zorgt zal in het metaallaagje in de directe omgeving van het gaatje kortstondig zo'n hoge stroomdichtheid heersen dat het als een zekering verdampt waardoor de kortsluiting "hersteld" wordt. Gedurende vele jaren genoten gemetalliseerde polyestercondensatoren grote populariteit in Tv-toestellen met buizen, en wel omdat ze klein en goedkoop waren. De gemetalliseerde condensatoren konden niet n maar meerdere malen herstellen van een doorslag, het zelf herstellende eigenschap. Alleen bij lage spanningen bleek de in de condensatoren opgeslagen energie dikwijls onvoldoende om een sluiting te herstellen. De betrouwbaarheid van deze condensatoren was zodoende bij lage spanningen aanmerkelijk slechter dan bij de nominale spanning. Als oude gemetalliseerde polyestercondensatoren in Tv-toestellen onbetrouwbaar worden raken de signalen sterk verruist door het "herstellen" van de kortsluitingen. Op dezelfde manier produceren "droge" tantaalcondensatoren die als audio koppelcondensatoren worden gebruikt, soms een heleboel ruis als ze hun "lekjes" herstellen. Daarom worden deze condensatoren niet erg veel meer gebruikt in audioschakelingen.

Een ander aspect van de foliecondensator is de vraag of de constructie al dan niet van uitstekende folie gebruik maakt. De aansluitdraden van veel goedkope opgerolde foliecondensatoren zijn slechts aan het uiteinde van de lange stroken metaalfolie bevestigd. Bij een condensator met uitstekende folie echter steekt die folie aan beide zijden een stukje uit en vormt zo een laagohmige en laag inductieve verbinding met de aansluitdraden.

Deze constructie is uitstekend geschikt voor condensatoren met een lage ESR (Equivalent Series Resistance of ter wijl equivalente serieweerstand) voor gebruik in bijvoorbeeld hoogfrequent filterschakelingen. Als je dus zo'n condensator zou vervangen door een exemplaar zonder het uitstekende folie, zou het filter beduidend slechter functioneren.

Keramische condensatoren. We onderscheiden in principe drie soorten, de "hoge-K" typen, de "stabiele-K" typen en de C0G en Np0 typen. De hoge-K typen, zoals die met een "Z5U"-karakteristiek, bieden een heleboel capaciteit in een klein volume, bijvoorbeeld 10x6 pF in een volume van 7x7mm bij een dikte van zo'n 4mm. Dat is het positieve aan dit type. Maar er hangen natuurlijk ook nadelen aan vast. Bij een temperatuur van 0C en bij 55C is de capaciteit 20% lager dan bij kamertemperatuur. En bij -25C en +90C zelfs 60% lager.! Hieruit blijkt dus dat het goed opletten is in welke condities een apparaat gebruikt wordt en niet wanneer het niet meer functioneert.

Zilvermica condensatoren hebben veel eigenschappen gemeen met C0G-condensatoren. Ze hebben een lage ESR en een TC van 0-100 ppm/C. Ook zijn ze bruikbaar bij temperaturen boven de 200C, vooropgesteld dat ze met hoge temperatuur soldeertin zijn vervaardigd. Helaas bezitten ze ook een slechte "opzuigings" karakteristiek, de dielectrische adsorptie is onverwacht slecht.
Een heel groot probleem bij zilvermica condensatoren wordt gevormd door de markering. Zilvermica condensatoren in oude radiotoestellen waren voorzien van een volkomen ondoorgrondelijke markering, namelijk 6 gekleurde stippen. Sommige nieuwe exemplaren zijn zo vreemd gecodeerd dat je, zelf als de markering niet is afgesleten, nooit zeker kunt weten of 10C00 nou 10, 100 of 1000pF betekent. Je kunt dan niet zonder een capaciteitmeter, wat trouwens sowieso een zeer goede vriend van de reparateur is. 

Maurice Hamm

(foto: Ben Dijkman)

1 en 2 zijn lijkt me als Booster of Ratel in te zetten. Ik gebruik ze al jaren. 3 prima nooit ergens last van en als vervanger teerdotten De gele Philips no.3 condensatoren doen het heel goed, en zelfs als de buitenkant niet zo fraai uit ziet, werken deze nog prima. Ook de ERO condensatoren doen het prima, maar onder zware omstandigheden, zoals booster C's in TV's legden ze ook wel eens het loodje  (Kees van Dijke). 4 ken ik niet. Met 5 en 6 heb ik de slechte ervaringen, ofwel de condensatoren van db. Deze heb ik in de jaren '90 veel gebruikt, maar na enkele jaren vertoonde deze al een lek en molde dus vroegtijdig mijn EL84 eindbuizen. Later kwamen de gele ERO condensatoren (die niet op de afbeelding staan), die het veel beter doen (Kees van Dijke). 7 prima. 8 zijn mooie dingetjes om te zien, maar lekken als een teerknol... kunnen ook hun olie lekken (Laurens). 9 prima. 10, 11 en 12 van wat ik heb waren ze niet stuk. 13 mij onbekend. 14 prima. 15 nog nooit stuk gehad Hij lijkt veel op een styroflex condensator, deze hebben de minste temperatuur cofficint. Ideaal voor oscillator schakelingen, maar 4700 pF is wel een wat hoge waarde (Kees van Dijke). 16 als 10, 11 en 12, of wel dit zijn prima condensatoren vermits je ze op de juiste plek in de schakeling gebruikt.

5,6,10,11,12, 13 15 en 16 zijn folie condensatoren en hebben zo specifieke eigenschappen. 3, 7 en 14 simpelweg ten alle tijde als vervanger oude teerdotten te gebruiken. Mijn voorkeur nr. 3. 1 en 2 gebruik ik enkel als booster. Hoewel ERO als slecht bekend staat geldt dat niet voor deze getoonde C's. Althans ik heb er zeer zelden problemen mee. Uiteraard let op de werkspanningen

In onze oude radio's kun je eigenlijk volgende type condensatoren tegen komen:

Er zijn verschillende typen condensatoren:

De Effectieve Serie Weerstand [ESR].

Een belangrijke eigenschap van condensatoren is de zogenaamde effectieve serie weerstand. Deze weerstand bepaald hoe snel een condensator kan worden opgeladen en worden ontladen. Zo hebben keramische condensatoren een veel lagere ESR dan elco's als je op een printje kijkt waar veel gentegreerde schakelingen opzitten dan kom je vaak keramische C-tjes tegen bij de ic's. Dit zijn de zogenaamde inrush c'tjes. Omdat printsporen een lengte, dikte en breedte, hebben en dus een weerstand, zij het lage, vormen. Deze weerstand zorgt ervoor dat er bij een schakelactie een spanningsdipje zou ontstaan die over het print spoor reist. Deze dip zou een probleem kunnen veroorzaken in de totale schakeling. Op het moment van schakelen is de stroom vraag hoog. De inrush C levert even tijdelijk deze stroom, zodat de voeding het kan bijsloffen. Als de ESR hoog zou zijn kan de lading niet snel genoeg uit de condensator komen. We praten hier over verschijnselen die in de nano seconde sfeer hangen.

Derhalve wordt er altijd een C gekozen met lage ESR en zeer vaak een keramische condensator van ca 10 nF. Hele volksstammen noemen dit een ontstoringscondensator, deze benaming is onjuist. Er stoort niks, er wordt alleen even een grote stroom gevraagd, vandaar een dat professionals dit een inrush C noemen.

Ook nog een heel helder verhaal over diverse type vind je onder http://www.12vhifi.nl/condensator2.html

Verder:
Polyprop’s zijn folie condensatoren voorzien van een isolatielaag van of polypropyleen ( MKP ) . Iets goedkoper en ook minder van kwaliteit zijn foliecondensatoren van polyester ( MKT ) of polycarbonaat ( MKC ).

Het dielectricum van condensatoren is niet ideaal. Hierin treden verliezen op die worden teruggezien als Ohmse verliezen. De dielectrische verliezen zijn tevens frequentie en spanningsafhankelijk.

Maurice Hamm

Verschillende soorten condensatoren, daar zit echt een hele wereld achter. In de leerboekjes hebben condensators een capaciteit en meer niet, in werkelijkheid heeft een condensator allerlei andere eigenschappen, die niet altijd makkelijk in een elektrisch model zijn te vatten en daardoor voor de elektronicus moeilijk te accepteren zijn. De prijs van een condensator hangt af van de materialen en het fabricageproces. De eigenschappen ook. Een dure condensator kan heel veel goede eigenschappen hebben, of geoptimaliseerd zijn op n specifieke eigenschap, of gewoon ouderwets en duur gefabriceerd zijn.

Het controversieel onderwerp: ja, condensators veroorzaken vervorming, zeker weten want het is goed gemeten. In een reeks artikelen in Electronics World 2002/2003 heeft Cyril Bateman een uitgebreide beschrijving gegeven van een metingen die hij heeft gedaan aan allerlei typen condensators. Hij heeft ook naar verklaringen gezocht. Soms zitten die in de materialen (poyesther geeft vervorming, polystyreen is behoorlijk goed, polypropyleen is bijna perfect, en er was nog een materiaal dat nog iets beter was), soms in het electrisch contact van de "platen" met de aansluitdraden.

Je hebt de parasitaire zelfinductie en de effectieve serieweerstand als criterium. Dan heb je nog HF verliezen, en de verliezen bij hoge spanningen (correcter: grote en snelle spanningsveranderingen, gepaard gaande met grote stromen en stress in de moleculen van het dielectricum). De eigenschappen hangen mede samen met de constructie van de condensator. Moderne compacte condensatoren zijn gemaakt van gemetalliseerde folie. Dat leidt tot een compacte constructie maar het gevolg is dat de weerstand van die dunne metaallaag een rol gaat spelen. In de bekende MKM condensators is dat opgelost door een blokje te maken, niet een rolletje, een stapeltje korte (0,6-1 cm) gemetalliseerde strookjes die allemaal aangesloten zijn (het metalige einddeel). Een rolcondensator waarvan alleen het begin van de stroken is aangesloten, heeft een hogere zelfinductie dan een waarvan folie uit de rol steekt en aan de zijkant is aangesloten.

Het dielectricum maakt heel veel verschil. Niet alleen de dielectrische constante er, die is vaak niet zo constant. Materialen kunnen verliezen hebben, bij hoge frequentie (of hoge spanningsverandering) kunnen die toenemen. De maximale werktemperatuur is van belang, zeker als de condensator door verliezen warm kan worden). Bij de keus van je condensator moet je kijken welke eigenschappen belangrijk zijn voor de toepassing. Is het een ratelcondensator of anderszins net-onstoor-C, moet je kiezen voor goedgekeurde veiligheidstypen (met zo'n hele reeks logo's van testinstituten). Bij schakelende voedingen let je op lage verliezen, bestand zijn tegen hogere temperaturen en stromen. En de HiFi-freak kan letten op lage vervorming. En zo zijn er nog meer mogelijke accenten.

Voor ontwerpers van commercile producten is n eigenschap vaak erg belangrijk: de kostprijs. Helaas zijn bij surpluspartijen vaak niet de eigenschappen voldoende bekend. Bij kopen van condensators is het dus moeilijk te bepalen of "duur" ook "goed" is.

Onno Masar

Steve Bench heeft eens een artikeltje geschreven over het "geluid" van een condensator, zie: http://members.aol.com/sbench102/caps.html.

Otto Tuil

Wat muziek betreft is er maar n beste elco, de kortgesloten versie. Ik heb het dan over elco's in de signaalweg, niet de afvlak en ontkoppelelco's. Daar waar toch condensatoren in de signaalweg nodig zijn is een ongepolariseerde condensator beter, maar die zijn (meestal) duurder dan een (klein) elco'tje. Er zijn voor de rest wel degelijk zeer grote prijsverschillen in elco's, maar dat heeft hoofdzakelijk te maken met gegarandeerde levensduur onder gegeven omstandigheden. Temperatuur is er zo een: in een warmere omgeving leeft een elco korter dan in een koelere omgeving.

Er is veel rotzooi op de markt wat elco's betreft. Er zijn complete forums en websites aan geweid, waar veel ellende te lezen is over apparatuur die na amper twee jaar of nog eerder problemen gaan vertonen door slechte elco's. Daarom raad ik ook aan, als je condensatorblokken reviseert of vervangende elco's op moeilijke plaatsen monteert in ieder geval een wat betere (= meestal duurdere) elco te gebruiken. Zichzelf respecterende elcofabrikanten hebben datasheets van de betreffende types ter beschikking en het is lonend om die eens na te slaan op de opgegeven levensduur en omstandigheden die vereist zijn. Het enige wat een prijsverschil zou kunnen veroorzaken is de nauwkeurigheid (tolerantie) van die C's. De goedkopere C's (ongeacht type) hebben vaak een tolerantie van +/- 20% of nog meer. Zelfs hier zie je nog behoorlijke prijsverschillen. Ook kan de coating van de C invloed hebben op de prijs, maar hoeft niet zo groot te zijn.

Henk van de Broek, Paul Brouwer

Een belangrijk verschil is de maximum temperatuur en de maximale rimpelstroom en frequentie die de condensatoren (elco's) kunnen verdragen. Dus een elco met dezelfde waarde en werkspanning kan zich totaal anders gedragen in de schakeling. (overschrijden maximale rimpelstroom gaat ten koste van de levensduur, de mate van overschrijding bepaalt deze).

De rimpelstroom moet je zien ik combinatie met de inwendige weerstand (ESR=equivalent series resistance) van de elco, de rimpelstroom zorgt voor warmteontwikkeling in de ESR en als deze te hoog is kan in het ergste geval de elco gaan spuiten. De ESR is dus ook belangrijk. Is de ESR relatief hoog dan ontstaat er een relatief grotere rimpelspanning (100HZ bij dubbelfasige gelijkrichting) welke dan wel zeker kan doordringen in gevoelige schakelingen waar de voedingsrimpelspanningsonderdrukking minder is. Urimpel = Irimpel x ESR. Een condensator van dezelfde waarde is dus niet per definitie gelijk. Voor oude radio's zou ik de 110gr. C. versie kiezen omdat hij meestal hermetisch gesloten in de bestaande elcobus wordt gemonteerd. Dit vergroot de levensduur van de gerenoveerde elco.

Gert van Wee

Naar ik begrepen heb, verlopen die mosterd-C's nauwelijks. Dit zijn ook geliefde C's bij de radio en TV-hobbyisten. 

Paul Brouwer

Mijn ervaring is ook dat ze bijna niet verlopen. Gebruik ze vaak om oude ontvangers mee te herstellen.

Harry


Condensatoren moet je altijd loskoppelen, om het simpele feit dat, als een condensatoren inwendige sluiting heeft (of een dermate lage weerstand), de overbrugging niet "genomen" wordt, omdat het testexemplaar wel een hoge inwendige weerstand heeft.


Ben Dijkman


In 1955 kwam er een toestel op de markt dat in staat was het lek van condensators te testen zonder ze uit de schakeling te nemen. Misschien iets om na te bouwen met moderne componenten. 

Condensatortester

(scan: Hugo Sneyers)

De beschrijving en het schema is hier als te downloaden.

Hugo Sneyers


F / MFD pF / MMFD nF / K / T / kpF K
(huidige notatie)
  CM
1 1.000.000 1000 105K 900.900,9
0,82 820.000 820 824K 738.738,7
0,8 800.000 800 804K 720.720,7
0,7 700.000 700 704K 630.630,6
0,68 680.000 680 684K 612.612,6
0,6 600.000 600 604K 540.540,5
0,56 560.000 560 564K 504.504,5
0,5 500.000 500 504K 450.450,5
0,47 470.000 470 474K 423.423,4
0,4 400.000 400 404K 360.360,4
0,39 390.000 390 394K 351.351,4
0,33 330.000 330 334K 297.297,3
0,3 300.000 300 304K 270.270,3
0,27 270.000 270 274K 243.243,2
0,25 250.000 250 254K 225.225,2
0,22 220.000 220 224K 198.198,2
0,2 200.000 200 204K 180.180,2
0,18 180.000 180 184K 162.162,2
0,15 150.000 150 154K 135.135,1
0,12 120.000 120 124K 108.108,1
0,1 100.000 100 104K 90.090,1
0,082 82.000 82 823K 73.873,9
0,08 80.000 80 803K 72.072,1
0,07 70.000 70 703K 63.063,1
0,068 68.000 68 683K 61.261,3
0,06 60.000 60 603K 54.054,1
0,056 56.000 56 563K 50.450,5
0,05 50.000 50 503K 45.045,0
0,047 47.000 47 473K 42.342,3
0,04 40.000 40 403K 36.036,0
0,039 39.000 39 393K 35.135,1
0,033 33.000 33 333K 29.729,7
0,03 30.000 30 303K 27.027,0
0,027 27.000 27 273K 24.324,3
0,025 25.000 25 253K 22.522,5
0,022 22.000 22 223K 19.819,8
0,02 20.000 20 203K 18.018,0
0,018 18.000 18 183K 16.216,2
0,015 15.000 15 153K 13.513,5
0,012 12.000 12 123K 10.810,8
0,01 10.000 10 103K 9.009,0
0,0082 8.200 8,2 822K 7.387,4
0,008 8.000 8 802K 7.207,2
0,007 7.000 7 702K 6.306,3
0,0068 6.800 6,8 682K 6.126,1
0,006 6.000 6 602K 5.405,4
0,0056 5.600 5,6 562K 5.045,0
0,005 5.000 5 502K 4.504,5
0,0047 4.700 4,7 472K 4.234,2
0,004 4.000 4 402K 3.603,6
0,0039 3.900 3,9 392K 3.513,5
0,0033 3.300 3,3 332K 2.973,0
0,003 3.000 3 302K 2.702,7
0,0027 2.700 2,7 272K 2.432,4
0,0025 2.500 2,5 252K 2.252,3
0,0022 2.200 2,2 222K 1.982,0
0,002 2.000 2 202K 1.801,8
0,0018 1.800 1,8 182K 1.621,6
0,0015 1.500 1,5 152K 1.351,4
0,0012 1.200 1,2 122K 1.081,1
0,001 1.000 1 102K 900,9
0,00082 820 0,82 821K 738,7
0,0008 800 0,8 801K 720,7
0,0007 700 0,7 701K 630,6
0,00068 680 0,68 681K 612,6
0,0006 600 0,6 601K 540,5
0,00056 560 0,56 561K 504,5
0,0005 500 0,5 501K 450,5
0,00047 470 0,47 471K 423,4
0,0004 400 0,4 401K 360,4
0,00039 390 0,39 391K 351,4
0,00033 330 0,33 331K 297,3
0,0003 300 0,3 301K 270,3
0,00027 270 0,27 271K 243,2
0,00025 250 0,25 251K 225,2
0,00022 220 0,22 221K 198,2
0,0002 200 0,2 201K 180,2
0,00018 180 0,18 181K 162,2
0,00015 150 0,15 151K 135,1
0,00012 120 0,12 121K 108,1
0,0001 100 0,1 101K 90,1
0,000082 82 0,082 820K 73,9
0,00008 80 0,08 800K 72,1
0,00007 70 0,07 700K 63,1
0,000068 68 0,068 680K 61,3
0,00006 60 0,06 600K 54,1
0,000056 56 0,056 560K 50,5
0,00005 50 0,05 500K 45,0
0,000047 47 0,047 470K 42,3
0,00004 40 0,04 400K 36,0
0,000039 39 0,039 390K 35,1
0,000033 33 0,033 330K 29,7
0,00003 30 0,03 300K 27,0
0,000027 27 0,027 270K 24,3
0,000025 25 0,025 250K 22,5
0,000022 22 0,022 220K 19,8
0,00002 20 0,02 200K 18,0
0,000018 18 0,018 180K 16,2
0,000015 15 0,015 150K 13,5
0,000012 12 0,012 120K 10,8
0,00001 10 0,01 100K 9,0

De letter "K" in de kolom "K (huidige notatie)" heeft niets met de aanduiding van Kilo (= x1000) te maken maar betreft de indicator van de tolerantie van de condensator. In bovenstaande tabel betreft het in deze kolom dus condensatoren met een tolerantie van 10%.

Tolerantie codes

F 1%
G 2%
H 3%
J 5%
K 10%
M 20%

Paul Brouwer

Een C van 1cm heeft een capaciteit die overeenkomt met de capaciteit van een geleidende bol met een diameter van 1 cm geplaatst in vacum.Het is dus een heel anders gedefinieerde eenheid dan pF. Ze komen dus ook niet overeen. Gelukkig liggen de waarden wel redelijk dicht bij elkaar. De omrekening is 1cm = 1,11pF.

Zie voor de berekening dit PDF.

Armand Verboven

Ted Mooren

De afkorting "mfd" betekent microfarad. Meer gebruikelijk is F. Dus 0.05 mfd is hetzelfde als 0,05 F maar ook 50 nanofarad of 50.000 picofarad. Vervangen door een 47 nF.
0,01mfd vervangen door 10 nF.

Johan Coremans, Hans van der Merel, Paul Welther

Met tekstopdruk op componenten zijn fabrikanten meestal behoorlijk "creatief" geweest. Met andere woorden: er is geen standaardnotering waar je houvast aan hebt. Meestal kun je aan de hand van de opdruk en de afmetingen redelijk inschatten om welke waarde het gaat, maar bij twijfel blijft alleen een capaciteitsmeter over. Het rijtje afgaand denk ik dat het respectievelijk 10pF, 40pF, 15pF, 5nF (=5000pF), 2nF (=2000pF), 10pF/100Volt en 5pF/250Volt zal zijn. De letters bij de eerste vijf zullen waarschijnlijk aanduidingen voor werkspanning of tolerantie zijn. De laatste twee aanduidingen kan je ook anders interpreteren: 100pF/10% en 250pF/5%. Het blijft dus gokken totdat je zekerheid kunt krijgen uit een schema of de condensator aan een capaciteitsmeter hangt.

Ed van der Weele

De aanduidingen 100/10 en 250/5 zou ik -zoals hierboven al aangegeven- als: 100 pF 10% en 250 pF 5% zien.

(scan: Wolfgang Holtmann)

Wolfgang Holtmann

 

(afb.: Rudy Wouters)

 

Zie http://www.tpub.com/neets/book2/3g.htm of http://www.antiqueradio.org/recap.htm#identifying

 

Bij dit type condensator is de waarde weergegeven is gekleurde codes, of soms is de waarde afgedrukt op het omhulsel. De drie kleurstippen komen overeen met het 1-2-3 schema in het diagram voor ronde mica condensatoren. Bij voorbeeld: als de stippen geel-violet-rood zouden zijn, is de waarde van de condensator 0,0047 mF. De pijl waarin de punten staan geeft de richting aan waarin de stippen moeten worden gelezen (in dit voorbeeld van links naar rechts). 

Maurice Hamm, Otto Tuil

En let op (ten overvloede), het zijn dus geen onverslijtbare mica-condensatoren (alleen de picofarad waarden wel).

Maarten Bakker

 

Bij de Siemens styroflex condensators geldt het volgende :

Kleur ring

blauw 25V=
geel 63V=
rood 160V
groen 250V
zwart 630V

Letter (nauwkeurigheid)

F 1%
H 2,5%
J 5%
K 10%

Armand Verboven

 


Terug naar de inhoudsopgave


15-10-2011